Inverter versus Aan-uit regeling

Aan-uit regeling

De meest eenvoudige vorm van regeling is de zogenaamde aan- uitregeling. Het apparaat wordt naar behoefte automatisch aan- en uitgeschakeld. Bij een groot verschil tussen de ingestelde en de heersende temperatuur zal het koelcircuit constant ingeschakeld blijven. Naarmate de gewenste binnentemperatuur dichter wordt genaderd, zal het koelcircuit met steeds grotere tussenpozen aanschakelen.

 

Hoewel deze eenvoudige opzet een veel voorkomende manier van regelen is, kleven er wel wat bezwaren aan. Het effect van deze regeling is namelijk dat de inblaastemperatuur sterk wisselt. Als het koelcircuit is uitgeschakeld dan is de inblaastemperatuur gelijk aan de ruimtetemperatuur, wordt het koel-circuit ingeschakeld dan daalt de inblaastemperatuur plotseling tot 12 ºC. Dit wordt niet altijd als comfortabel ervaren.

 

Inverter
Veel comfortabeler is het om afhankelijk van de temperatuurafwijking tussen instelling en ruimte- temperatuur de inblaastemperatuur naar verhouding (proportioneel) te laten variëren.
Bij een grote temperatuurafwijking zal een lage inblaastemperatuur worden toegestaan, maar bij het naderen van de ingestelde waarde wordt de inblaastemperatuur telkens wat verhoogd, tot een evenwicht tussen gevraagde en afgegeven koelcapaciteit is bereikt.

 

Besparing
Een installatie wordt doorgaans ontworpen om bij “pieklast” (hoge temperaturen, veel zon en hoge interne warmtebelasting) nog een aangenaam binnenklimaat te waarborgen. Het zal duidelijk zijn dat een installatie het grootste gedeelte van het jaar op “deellast”” draait en dus slechts beperkt benut wordt. Doordat de capaciteit van een inverter-unit automatisch wordt afgestemd op de gevraagde capaciteit is het energieverbruik tot 30% lager dan bij systemen die de invertertechniek niet gebruiken.